Bekentenis
met zoveel liefde heb ik van je gehouden
dat, nu ik bijna je vergeten ben,
het zeggen van je naam mij is gebleven,
een liefkozing, waar ik dagen op kan leven.
en dit is de liefste herrinering:
hoe op 't plein, een honinglied van linden,
vanuit de schaduw over witte straten,
je kwam aanlopen.
speelse zomerwinden,
sloegen gele zijden van de kleed tegen je ranke lichaam,
en je ogen waren van heimwee raadselig verwijd.
hoevele zomers zijn indien vervlogen.
met zoveel liefde heb ik van je gehouden dat,
nu ik je bijna vergeten ben,
het een liefkozing der lippen is gebleven,
je naam te zeggen als ik eenzaam ben.