Snoep
Je lichaam, een snoepwinkel als een verwonderd klein kind kan ik mijn vingers nergens afhouden van je oren niet, niet van je hals
of een van je borsten kijk eens, 'k heb er twee zo, zeg je o, antwoord ik vol verbazing o daarom ben je dubbel zo mooi
van je te proeven van kop tot teen en van snakken naar adem valt mijn mond wijdopen ik, ik zal heel vlug, heel veel sparen en dan koop ik al je zuurtjes en zoetjes voor jou betaal ik de broek van mijn lijf maar daar schijnt de prijs reeds in je schitterende ogen; ontzettend veel vriendschap
dat is duur, denk ik, maar daarin ben ik heel rijk en dus betaal ik contant dat geeft me je glimlach van suiker, je smaakvol vertrouwen, je hand-in-hand onder één koekdozen hoedje loop je vastbesloten heel lang even met me mee voor je uitstalraam dit bordje; de winkel voorlopig voor altijd gesloten..
afz. DB